Het belang van een persoonlijk spoor 2 traject (deel 3)

In de reeks Spoor 2: Maak ruimte tussen al het moeten deel ik graag deel 3, dat ingaat op wat er precies gebeurt tussen het opstellen van het persoonsprofiel en het zoekprofiel. Het UWV definieert een adequaat spoor 2-traject als volgt:
"Het geheel van activiteiten moet als 'adequaat' kunnen worden aangemerkt. Dit betekent dat het traject bestaat uit een logisch samenhangende reeks van elkaar opvolgende, flankerende en/of overlappende activiteiten, die de afstand tussen het persoonsprofiel en het zoekprofiel van de werknemer zo snel en zo veel mogelijk opheffen of verkleinen."
Flankerende en/of overlappende activiteiten
Wat een logisch samenhangende reeks van deze activiteiten inhoudt, verschilt per persoon en vraagt om maatwerk. Waar de ene persoon gebaat is bij een werkervaringsplaats om arbeidsritme op te bouwen, kan een ander juist direct aan de slag met sollicitatievaardigheden. Soms is bij- of omscholing noodzakelijk om een stap dichter bij de arbeidsmarkt te komen.
De standaardactiviteiten
Binnen spoor 2-trajecten lijkt er een standaard te zijn ontstaan over welke activiteiten sowieso moeten worden benoemd. Deze zijn vaak:
Computervaardigheden of softwarekennis ontwikkelen.
Korte opleidingen volgen (korter dan zes maanden).
Werkervaringsplaatsen of andere vormen van onbetaald werk inzetten, met doelen zoals arbeidsritme opbouwen, werkervaring opdoen, of belastbaarheid vergroten.
Hoewel deze standaardactiviteiten nuttig zijn, is het belangrijk om verder te kijken. Er zijn meer mogelijkheden die aansluiten bij de unieke situatie van iedere medewerker, en die bovendien recht doen aan hun autonomie.
Start bij de medewerker
Het klinkt eenvoudig, maar het wordt vaak vergeten: vraag aan de medewerker zelf wat voor hem of haar een logische eerste stap is. In plaats van te proberen de medewerker te overtuigen van wat "moet", kun je hem of haar vragen: "Wat denk jij dat in jouw proces nu een logische volgende stap is?"
De antwoorden zijn vaak verhelderend, zoals "Ik zou het fijn vinden om eerst...". Dit kan richting geven aan de activiteiten in het traject en zorgt ervoor dat de medewerker zelf de regie ervaart.
Een andere benadering
Een andere manier om dit te benaderen, is door de medewerker zijn einddoel te laten visualiseren. Vraag vervolgens: "Wat voelt voor jou nu als een logische, haalbare eerste stap richting dat doel? En wat zou een tweede stap kunnen zijn?"
Sluit aan op het taalgebruik van de medewerker (herformuleer de vraag indien nodig) en vraag door als de antwoorden niet direct haalbare stappen bevatten. Dit kan erop wijzen dat de medewerker nog vastzit in wat niet meer mogelijk is, wat vraagt om verder doorvragen of herformuleren.
Voordelen van deze aanpak
Het stellen van deze vragen heeft meerdere voordelen voor het spoor 2-traject:
Eigen regie en autonomie worden gerespecteerd.
Inzicht in de belevingswereld van de medewerker: je hoort wat hij of zij als haalbaar ziet en kunt de stappen volgen die de medewerker zelf voorstelt.
Voorkomen van jouw referentiekader als leidend: wat voor jou logisch is, kan voor de ander juist een enorme stap zijn.
Focus op mogelijkheden in plaats van beperkingen: je helpt de medewerker de shift te maken van wat niet meer kan naar wat wél mogelijk is.
Kortom, door medewerkers actief te betrekken in het bepalen van hun traject en hun autonomie te respecteren, creëren we een waardevoller en effectiever spoor 2-traject dat écht aansluit bij de behoeften en mogelijkheden van de individuele medewerker.



Opmerkingen